Deze 12 bijkomende nooduitgangen zijn al gehomologeerd als nooduitgang in de richting “kelders – garage”, en worden nu klaar gemaakt om gebruikt te worden in de richting “garage - kelders”, en dat voor drie nooduitgangen per parkingniveau.
Waarom?
De aanvragers van de TWEE milieuvergunningen (= de facto de groep van 15) dienden aan te tonen dat er minsten twee uitgangen voor voetgangers bestaan per vergunde parking, en dat voor einde 2007 (sic). Dus globaal vier uitgangen bruikbaar voor voetgangers (2 x 2 parkings).
In 1975 waren slechts twee uitgangen gehomologeerd (2 x 1 parking), omdat de derde (de centrale van de voertuigen) niet aanvaard werd daar deze niet automatisch opengaat in het geval van electriciteitspanne, niet kan geopend worden van binnenuit op een vlotte en publiek gekende wijze, ...
Hoeveel nooduitgangen?
Wat is de algemene regel?
Op eender welke plaats, waar een gebruiker van de parking zich bevindt, dient deze ”bij gevaar” te kunnen beschikken over twee uitgangen, die zover mogelijk uit elkaar liggen, ... .
De oorspronkelijke zes vergunningen “commodo en incommodo”, toegekend in 1975, spraken de facto, voorzover toen vergunningsplichtig, over:
- één ondergrondse parking met één centrale toegang en twee nooduitgangen (één aan elk uiteinde van de parking).
- een mechanisch ventilatiesysteem
- met twee groepen van twee ventlilatoren aan beide uiteinden
- met een gemengd stelsel van natuurlijke kokers en mechanische ventilatoren in het centrale gedeelte.
Gevolgen
De twee milieuvergunningsaanvragen van 2006, niet goedgekeurd door de VME, maar wel door de twee feitelijke verenigingen "ad hoc" van sommige mede-eigenaars en derden,
- gaan uit van twee ondergrondse parkings, geografisch en fysiek gescheiden (= integraal gescheiden met ondoorlaatbare wanden wegens het bestaan van luchtvervuiling door voertuigen)
- stelden voor om de mechnanische ventilatie niet meer te laten verlopen via het bestaande systeem van 1975 (rechtstreekse verbinding met het gelijlkgrondse niveau) , maar wel om deze uit te voeren via de kelders van de zes gebouwen.
Vragen staat vrij, de realiseerbaarheid ervan is een verantwoordelijkheid van de aanvrager. In het geval van een regularisatie dient deze aanwezig te zijn op het ogenblik van de regularisatie (31.01.2007), want het is dat wat men heeft beweert.
Als de toestand beschreven in de vergunningsaanvraag niet overeenstemt met de werkelijkheid, wordt dit automatisch een renovatie, met alle gevolgen vandien.
Het gaat dus niet meer om een administratieve regularisatie, maar wel om een renovatie. Hierdoor zijn de huidige regels van 2010 van toepassing (renovatie door de aanvraag van TWEE vergunningen) en niet deze van 1975 (regularisatie via één vergunning).
De zes commodo en incommodo vergunningen van 1975 konden in 1999, toen de wet werd gewijzigd voor de vergunningen van ondergrondse parkeergarages, vlot vervangen worden door één vergunning mits een snelle regularisatieaanvraag binnen de zes maand in 1999/2000.
Wat heeft de toenmalige en huidige syndicus in de plaats daarvan gedaan? ... . Juist.
Bijkomend werd nu officieel vastgesteld dat de oorspronkelijke inrichting van de ondergrondse parking werd gewijzigd, door het omvormen van verschillende open stelplaatsen tot een gesloten garagebox.
Bij minstens drie stelplaatsen werd daarbij geen rekening gehouden met de:
- erfdienstbaarheden in verband met de ventilatie en de afvoer van afvalwater
- de geldende normen inzake ventilatie op het ogenblik van de omvorming
- de noodzakelijke voorafgaandelijke toelating van de AV, wegens het feit dat het hier gaat om een mogelijke belangenvermenging
- de noodzakelijke voorafgaandelijke toelating van de AV, omdat het gaat over een gemeenschappelijk deel waarvoor enkel de AV bevoegd is.
- het feit dat de oorspronkelijke vergunning waarschijnlijk handelde over een open toegang tot de ondergrondse parking.
- …
Context
Opgelet er zijn nog andere aspecten die van belang zijn:
- Zo eist de bevoegde dienst van het gewest één veiligheidszone ipv de huidige drie. Dus één sleutel om toegang te krijgen tot zowel de zes appartementsgebouwen, als de vier niveaus van de ondergrondse parking.
- Ook is al de facto opgelegd dat de toegangsdeur van de ondergrondse parking automatisch moet opengaan in het geval van het uitvallen van de electriciteit.
- Er werden, om de bijkomende noodverlichting voor de 12 “nieuwe” nooduitgangen te kunnen installeren, overgegaan tot een wijziging van de elektrische installatie. Wat zo zijn gevolgen heeft voor het geheel van de electrische installatie, dat zal moeten voldoen aan de regels van 2010 (renovatie), en niet meer deze van 1975 (regularisatie vergunning).
- het feit dat bepaalde maatregelen moeten genomen worden in verband met LPG
- …
En de kosten ...
De kosten van die “besparing” liggen nu al hoger dan dat bedrag.
Wat zal het uiteindelijk worden als men daar geen eind aan stelt?
Maar gelukkig laat de wet van 2010 toe om de kosten, waarvan niet kan aangetoond worden dat deze genomen zijn in uitvoering van een wettelijke bepaling of een expliciete voorafgaandelijk beslissing van de AV:
- ofwel te verwerpen
- ofwel te herleiden tot 40 à 80% van het gefactureerde bedrag.
Voorstel
Een zeer concreet voorstel, die rekening houdt met de diverse belangen, zal in principe voor 15.02.2011 voorgelegd worden aan de syndicus om vermeld te worden op de dagorde van de AV 2011, die normaal doorgaat einde maart 2011.
Deze JAV dient ook de dagorde van BAV 2010 te hernemen, omdat de syndicus deze dringende AV niet heeft willen samenroepen, desondanks de heldere wettelijke voorschriften.
Het is dan ook logisch dat Art. 577-8 §5 en §6 toegepast wordt door de AV, zo deze voorrang wil geven aan het algemeen belang van de mede-eigendom, boven het privé belang van een in se kleine groep van mede-eigenaars en derden.
De exacte inhoud ervan zal vooraf aangekondigd worden aan de mede-eigenaars die lid zijn van de aankondigingsgroep “ACOS Evere”.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten